Stichting Opboxen

Het project is ondergebracht in een stichting, de Stichting Opboxen.

Een klein bestuur vergadert regelmatig over de lopende zaken. Directeur Jan Schildkamp zet zich full time in voor de stichting samen met zijn zoon, projectleider, John Schildkamp.

In het alledaagse leven loopt de afstemming met de verschillende instellingen op deelnemersniveau voornamelijk via Jan en John Schildkamp. Zij gaan als persoonlijke begeleider van de jongere naar de betreffende instellingen toe en regelen wat er geregeld moet worden. 

Heeft een jongen een uitkering nodig, dan sturen we de jongeren rechtstreeks naar het CWI, moet er wat geregeld worden met het UWV, dan zorgen ze dat dit geregeld wordt, en zijn jongens in de problemen met de politie, dan regisseren zij de nodige activiteiten. De gaten die tussen verschillende instellingen bestaan, gewoon omdat de jongeren niet weten waar heen te gaan voor wat, worden opgevuld door de begeleiding van Schildkamp.


Geschiedenis

Na zelf vroeger diverse vechtsporten beoefend te hebben, ging Jan Schildkamp (hierna Ome Jan) in 1975 met zoon John mee naar de boksvereniging Crooswijk. Na een jaar werd hij hulptrainer bij deze vereniging, en besloot om in 1978 zijn licentie te halen voor nationaal/internationaal trainer van de Nederlandse Boks Bond (N.B.B.). In 1976 werd Ome Jan benaderd door clubhuis de Zevensprong in Hoogvliet. Dit clubhuis had een tiental jongeren die buiten de maatschappij dreigden te vallen. Hij besloot na een gesprek met de leiding van dit clubhuis, om de jongens bokslessen te gaan geven op de bovenverdieping van dit clubhuis. 

Na een paar maanden was de groep zodanig gegroeid dat eigenlijk de bovenzaal van het clubhuis te klein is geworden. Na een lange tijd zoeken in Hoogvliet werd in 1980 het voormalige schoolgebouw gevonden aan de Sorongstraat. Dit bestond toen uit drie klaslokalen en diversen kleine lokaaltjes. Ome Jan besloot toen met eigen financiële middelen, het gebouw te verbouwen tot een volwaardige boksschool met douches en een kantine. Een jaar later wilde hij iets gaan doen voor de jeugd t/m 12 jaar. Wanneer de kinderen vrij zijn van school, deed hij de boksschool open voor deze jeugd. Hij kocht diversen spelen aan zoals een tafeltennis, een sjoelbak en tal van andere spellen. Na verloop van een uur bleek dat er nog weinig van deze spelen heel waren. 

Hij wilde toen de kinderen op een andere manier bezig te gaan houden en ging zelf voor de klas staan en ging de kinderen op een speciale manier boksles geven. (B.v. in plaats van zakdoekje leggen werd het handschoentje leggen). Op tal van andere manieren werd de jeugd bezig gehouden. In een mum van tijd was dit kleine groepje uitgegroeid tot een ploeg van 60 tot 80 kinderen. Wanneer ze hun best deden werden ze allen beloond met een Mars en iets te drinken. Dit was financieel niet meer vol te houden, en Ome Jan moest er noodgedwongen tijdelijk mee stoppen.

In 1982 gaf Ome Jan zijn baan op, om zich voor 100% te gaan inzetten voor de Hoogvlietse jeugd. Op dat moment was hij werkzaam bij de I.C.M (Internationale Controle Maatschappij) . Hij wilde iets gaan doen voor gehandicapten of hartpatiënten. Dit werd uiteindelijk een groep hartpatiënten. Na het een en ander georganiseerd te hebben begon Ome Jan met een ploegje van 7 ex hartpatiënten. Er werd hier op een leuke, gezellige en gezonde manier gesport. Maar na een jaar deze ploeg in de boksschool gehad te hebben bleek dat het animo van deze mensen zo groot was, dat er uitgeweken moest worden naar de sporthal in Hoogvliet. 

Het was niet meer verantwoord ze nog langer in de boksschool te laten sporten. John Schildkamp is toen mee gegaan naar deze sporthal en heeft de ploeg nog een jaar of drie begeleid bij het sporten. Tot vandaag de dag bestaat deze groep nog en is het een zelfstandige vereniging geworden en noemt zich het HIB (Hart In Beweging) Na een aantal jaren hier gezeten te hebben, moest het gebouw hoog nodig een keer opgeknapt worden. Daar was op dat moment geen geld voor en volgens de gemeente stond dit gebouw op de nominatie om gesloopt te worden. Er moest gezocht worden naar een nieuw onderkomen voor de boksschool, en de Hoogvlietse jeugd. 

Dit werd gevonden aan de Aveling 110. Dit was het voormalige gymnastiek lokaal dat al een aantal jaren leeg stond. Het gebouw moest van binnen en van buiten een aardige opknapbeurt hebben. Samen met wat jongens is toen begonnen om de gymnastieklokaal om te bouwen tot boksschool. Het onderhoud buiten moest nog maar even wachten omdat er geen geld meer was voor deze opknapbeurt. Ome Jan besloot om met een aantal randgroep jongeren die geen dagbesteding hadden te gaan trainen. Hij gaf ze gratis bokslessen. In ruil hiervoor verplichtte hij deze jongeren dagelijks naar de boksschool te komen om naast het boksen ook andere lessen te volgen die hen verder konden helpen bij het vinden van zowel een eigen plek binnen de maatschappij als mede op de arbeidsmarkt. De methode van lessen geven was feitelijk agressieregulatie, Nederlandse taal, en arbeidsoriëntatie.

In 1992 was het bestaan van de boksschool bijna voorbij, omdat de deurwaarder bij Ome Jan voor de deur stond. Hij kon op dat moment de onroerendgoed belasting niet betalen voor de boksschool. Uiteindelijk lukte het hem dit geld bij elkaar te krijgen, en begreep dat dit verder niet zo kon doorgaan. Na langdurige gesprekken met o.a de deelgemeente Hoogvliet, Politie, Reclassering, en Werkstad (voormalig JWG, Jeugd Werk Garantieplan) is in 1993 de stichting Opboxen opgericht.

De naam Opboxen is te danken aan voormalig minister van binnenlandse zaken. Ien Dales. Zij had Ome Jan destijds een bezoek gebracht en vond Opboksen een mooie naam. Ome Jan was het daar helemaal mee eens en zij alleen dat hij de K van keihard en Knock-Out moest veranderen in een X. Zo is de naam Opboxen ontstaan. De slogan die hier bij hoorde was " Laat je niet Knock-Out gaan, maar boks voor een baan.


Stichting Opboxen

Intussen zocht Schildkamp contact met de reclassering en andere organisaties als deelgemeente en politie, en werd op 21 oktober 1993 de "Stichting Opboxen" opgericht. Nadat deze stichting in het leven was geroepen, werd er een programma opgesteld voor het Opboxen. Het moest niet alleen uit boksen bestaan, er zouden ook andere lessen gegeven gaan worden. Uiteindelijk werden behalve reclassering ook Leger des Heils, basiseducatie, de buitenschool en BRES (Beweging, Recreatie en Spel) ook bij het programma betrokken. 

Er ontstond een weekprogramma dat de jongens weer regelmaat in hun leven moest teruggeven. Het programma bestond in het seizoen 1995 uit bokslessen, basiseducatie, maatschappijoriëntatie en agressieregulatietraining. Het besloeg vier dagen van de week (maandagen vrij). Geen hele gevulde week, maar voor veel deelnemers al moeilijk genoeg om iedere keer aanwezig te zijn. De Opboxers zijn over het algemeen jongeren met een afwijkende dagindeling. Het zijn mensen die 's nachts actief zijn in allerhande criminele activiteiten en de ochtend en een deel van middag in bed doorbrengen, en de dag gaan verplaatsen naar de avond en nacht. 

Doordat ze bij Opboxen overdag iets te doen hebben, is er een kans dat ze weer regelmaat krijgen in hun leven. Overdag bezig zijn met leuke dingen betekend toch vaak 's avonds niet te laat naar bed gaan. In 1995 was het gebouw aan de Aveling toe aan een grote onderhoudsbeurt, de sponningen van de ramen waren in slechte staat, de doucheleidingen onder het gebouw waren slecht en het dak lekte op diversen plaatsen, en nog veel meer. Om dit allemaal te kunnen repareren zou een heleboel geld kosten. Toen is de politie van Hoogvliet een actie begonnen om uit de Hoogvlietse bevolking en het bedrijfsleven geld in te zamelen om de hardst nodige reparaties uit te kunnen voeren. Tijdens deze actie heeft één van de woordvoerders van de Hoogvlietse politie contact opgenomen met Angela Groothuizen van het AVRO programma "de Uitdaging". In Juli 1996 was dan ook de Uitdaging van Angela Groothuizen, om het gebouw aan de Aveling binnen 36 uur op te knappen en er zelfs een nieuwe verdieping in te maken, dat zou gaan fungeren als leslokaal en kantoorruimtes. Zodat de jongeren ongestoord hun lessen zouden kunnen volgen. Op 21 April 1997 was het programma op de televisie en werd er gezamenlijk met alle bedrijven die hadden mee geholpen, naar deze uitzending van de Uitdaging gekeken.

Intussen is Ome Jan voor al het goede werk al diversen malen bekroond voor zijn goede werk met deze jongeren. In 1993 wordt Ome Jan door de Hoogvlietse bevolking gekozen tot 'Hoogvlieter van het Jaar' en in 1999 'Rotterdammer van het jaar'. In 2000 eindigt hij op de derde plaats bij de verkiezing van 'Rotterdammer van de eeuw'. In datzelfde jaar wordt Ome Jan Koninklijk onderscheiden. Hij wordt lid van de Orde van Oranje Nassau. Ook heeft hij inmiddels de Wolfert van Borselepenning ontvangen.